![]()
Blues in 't Vermaeck in Rijen
CD Resensie's en Interview's
Door ED en Nel
Napoleon Washington
“Mud and Grace”
Hoewel Napoleon Washington geboren werd in Zwitserland liggen zijn muzikale roots in the USA. Zijn voorliefde gaat uit naar de Delta Blues. Hij heeft echter niet gekozen voor het coveren van de uitgemolken traditionals. Van de 13 nummers zijn er 12 van zichzelf.
Ook de stijl van een aantal nummers is nogal apart. Het eerste nummer “Come down blues” opent met een sound die zo uit Afrika kon komen. Door allerlei geluidseffecten en de fluisterzachte stem van Napoleon, heeft het iets mystieks. Ook het volgende nummer "Ashes from ashes” heeft een mystieke sound. Goed slidegitaarwerk van Napoleon. Dan zet Napoleon in “Blue girls of Smoke” een whisky stem op. Hij wordt daarbij op de achtergrond bij gestaan door Tomcat Blake. Napoleon begeleidt ook dit nummer op de slidegitaar. “Mud and Grace" opent met drums die lijken op een drummachine. Het boekje zegt echter dat Raphael Pedroli verantwoordelijk is voor de drums en percussie. Er wordt weer meerstemmig gezongen maar mij is niet duidelijk of het achtergrond of een overdub van zijn eigen stem is.
Bij “The day I get in Monroe” opent Napoleon vocaal. Het is eigenlijk geen zingen maar ritmies opzeggen. Ook de begeleiding op de gitaar is zeer minimaal. Ook het volgende “Salt Water” heeft hetzelfde, zeer langzame, ritme. “Peephole down” opent met piano, bespeeld door Napoleon. Weer is de zang op een erg laag tempo. “It’ll be poison" opent heel ritmies en de drums lijken weer op een machine. Napoleon zingt of hij Wolffman Jack zelf is. Bij “Big River” begeleid Napoleon zichzelf weer op de piano. Niet alleen het tempo maar ook het volume van zijn stem is deze keer erg laag. Bij “The top of the Shell”moest ik toch echt het volume iets hoger zetten om te horen dat er ook bij gezongen werd. In “Write yourself a letter” hoor ik weer dat er gezongen wordt. Dit is een echte Delta Blues met slidegitaar. Nog een Delta Blues maar dan met finger picking in “My love is Tille a tree”. Het stemvolume gaat weer naar de fluisterstand. Het venijn zit niet in de staart, ook het laatste nummer “Some Say They have to” wordt fluisterend opgezegd. Persoonlijk hou ik meer van blues met ballen en variatie. Helaas heb ik dat bij dit album niet mogen horen.
Ed Henkens.
CD Recensie
NEAL BLACK & THE HEALERS
"Handfull of rain"
Over een ding kan ik kort zijn Neal Black heeft een hese en doorleefde stem. Sommige mensen vinden dat dit bij blues hoort. Ik ben er niet zo kapot van en zal het verder niet meer over zijn stem hebben. Het is wel een heel goede gitarist deze "Master of the high voltage Texas boogie." Dus opent het album ook met een boogie. "Roll away voodoo sister." Hoewel er wat toeters en bellen aan de band toegevoegd zijn, laat Neal met zijn gitaar horen hoe een boogie met hoge energie gespeeld moet worden."Black Girl" is een ballad waarop Neal zichzelf be-geleid op de slide gitaar. Later gaat het tempo iets omhoog en wordt het slide gitaar van zeer hoge kwaliteit. "Fish Drip Jones" is instrumentaal en weer horen we Neal op virtuoze wijze op de slide. "God down here" heeft een mystieke Louisiana sound en zou zo uit de swamps afkomstig kunnen zijn. Hierbij horen we niet onverdienstelijk Rusty Martin op mondharmonica. Op "Cry today fever" wordt Neal begeleid door Val Crank op piano. Verder speelt Neal de gitaar en Gib Watson de Lap Steel. "Dirty leg fever" is een lekkere Texas Shuffle. Met snerpende gitaar solo’s en uitstekend mondharmonica werk. De titel song, "Handfull of rain" is een boogie, waarin Neal een paar geweldige gitaar solo’s weggeeft. "Who they really are" is een slow blues met mooi slepend gitaarspel. Hillbilly muziek komt ook aanbod in het instrumentale "Black Mountain Rag". We horen gitaar, pedalsteel en piano. Ook hierin zit een tempo versnelling en wordt het een echte Rag. "Bad Rose Tattoo" gaat over een dame met een tattoo op een zeer intieme plaats. Door de accordeon en gitaar doet het nummer Mexicaans aan. et olpHet opemnt met "Rainbow graveyard" opent met een heel mooie piano solo. Dan komen de gitaar en slide gitaar erbij en deze verzorgen samen een schitterende solo. Ook de piano komt nog een keer terug. Na dit moois een vet en smerig nummer. "Evil". Vet gitaarspel van Neal, en de rest van de band laat zich ook horen. Het laatste nummer "Judgement Day" is een oude bekende van Robert Johnson maar de band geeft er zijn eigen interpretatie aan. Van de 13 nummers op de CD zijn er 10 van Neal Black en uit dit album blijkt zijn veelzijdigheid als gitarist.
Ed Henkens.
CD Recensie
MASON CASEY
"Deep Blue Dream"
Op deze CD spelen twee rasechte News Yorkers samen. Mason Casey, zang en mondharmonica en Popa Chubby op gitaar. Het eerste nummer "Career Woman" knalt er gelijk in. Vet reperterend gitaarspel met scheurend mondharmonicaspel van Mason. Ook zijn krachtige soulvolle stem komt goed naar voren. " Daddy shot mommy" is reggae maar dan met mondharmonica. " Gonna Miss You" is een shuffle, waarin Mason een echte blues vertolkt. " She’s From N.Y.C" opent met een mondharmonica solo en heeft een funky ritme. Heel pittig gezongen door Mason en hij komt terug met noig een mondharmonicasolo. Dan volgt er een boogie "Take it easy". De vlag dekt niet de lading want er zit flink wat tempo in. De zang van Mason is ook weer oke en Chubby zorgt voor vuurwerk met zijn gitaar. De titel van "Rainy day in el valle" klinkt Zuid-Amerikaans en de muziek ook. Chubby laat zijn gitaar galmen in de stijl van Carlos Santana. Mason vertolkt de tekst op uitstekende wijze. "Two Crazy Women" opent met drums, gevolgd door bas en orgel. Dan komt Mason zelf met de mondharmonica en valt de gitaar in. Alles bij elkaar vormt het een zeer goed instrumentaal geheel. "Sumpin’ Bit me" gaat erover dat Mason door iets gebeten is. Het funkt heel lekker. "Thinkin About you" is gewoon lekker vet in de stijl van the Red Devils. Waanzinnig smoelen scheurwerk van Mason en vette gitaar van Chubby. "That’s my hart" is een heel goede afsluiter, want volgens mij legt Mason zijn hele ziel en zaligheid in zijn muziek. Mijn hart ligt ook wel bij deze stijl, lekker krachtig en stevig. Nu maar hopen dat Mason Casey op 21 februari ook de zang voor zijn rekening neemt.
Ed Henkens.
CD recensie.
“NO PAID HOLIDAYS”
Watermelon Slim and The Workers.
De titel van deze Cd zou wel eens kunnen slaan op het feit dat deze man tussen zijn optredens geen vrije tijd heeft. Dit is namelijk al de derde CD in drie jaar tijd die hij uitbrengt. “Blues for Howard”, opent met een slidegitaar solo van Slim. Slim laat vervolgens zijn stem mooi meegaan met de slide. Het komt er op neer dat te veel nadenken zwaar kan zijn. Verder hoor je in dit nummer nog een solo van gastmuzikant Lee Roy Parnell op piano. “Archetypal Blues”, betekent vrij vertaald oorspronkelijke blues. Slim speelt weer een puik stukje slide. De tekst gaat erover wat de blues voor hem en vele anderen betekend. In “Call My Job” speelt Slim de mondharmonica. Dat hij die ook goed beheerst, blijkt uit de solo in dit nummer. De tekst gaat over wat wij in Nederland een baaldag noemen, in dit geval ten gevolge van een Kater. “Dad in the distance” is een rustige ballad met slide. De tekst gaat over wat veel gescheiden vaders mee moeten maken, vader op afstand. “You’re the one I need” Is geschreven door gitarist Ronnie McMullen. Het heeft een beetje Zuid-Amerikaans ritme. Slim blaast zijn partijtje mee op de mondharmonica. In “Bubba’s Blues” is Slim the Blues Shouter. “And when I die”, is een solonummer van Slim met alleen zang en mondharmonica. “Into the sunset” heeft een country ritme, natuurlijk met slide. “Gearzy Boogie” is een hoog tempo boogie. Een geweldige partij mondharmonica van Slim, ondersteund door bassist Clif Belcher en drummer Michael Newberry. Ook gitarist Ronnie geeft nog een vette solo weg. Slim begint solo te zingen in “This is traveling live”. Het is een soort gospel waarbij hij zichzelf weer begeleid met de mondharmonica. “Max the Baseball Clown” is een sing a song waarbij Slim akoestische slide gitaar speelt. “The Bloody Burmese Blues” gaat over de onderdrukking in Birma. Slim doet de shuffle en Ronnie de solo op de elektrische gitaar. “I ve Got A Toothache” gaat over iets waarvan Slim eigenlijk geen last kan hebben. Hij heeft namelijk bijna geen tanden. De tekst wordt meer verteld dan gezongen. Ook het laatste nummer “Everybody’s Down on Me” doet Slim solo met de slide gitaar. Dit is een echte Mississippi delta blues. Net als bij de vorige twee albums zijn teksten weer maatschappelijk geëngageerd. Diverse bluesstijlen komen voorbij en de muzikale kwaliteiten van Slim en zijn mannen komen volledig tot hun recht.
CD recensie
KOZMIC BLUE
“Best of 96-06”
Deze CD krijg je erbij als je de DVD Boot, leg and Kozmic aanschaft. Het is een selectie van nummers die deze band in 10 jaar uitgebracht heeft. Het eerste nummer is “Kozmic Blues” van Janis Joplin. Het nummer waaraan deze band zijn naam ontleend heeft. Ook heel toepasselijk omdat de stem van zangeres Maggie Mackenthun heel erg overeenkomt met die van Janis. Heel mooi en gevoelig gezongen door Maggie en begeleid door gitaar en orgel. “You are my baby” is boogie woogie met alleen piano begeleiding. “All for you” opent met akoestische gitaar en mondharmonica. Daarna valt Maggie met haar hese stemgeluid in. “Motherless Child” is een prachtig nummer. Het opent instrumentaal met gitaar, bassolo en Maggie op de dwarsfluit. Als Maggie gaat zingen, hoor je op de achtergrond constant de bass gitaar en een viool. Ook komt de dwarsfluit er weer bij. “Slim slow rider” rustige balad waarbij Maggie begeleidt wordt door een akoestische gitaar en saxofoon.
Bij “I’ll keep trying” begint Maggie geheel solo te zingen. Daarna komen de akoestische gitaar en elektrische bas erbij. Het tempo van de song wordt afgewisseld van rustig naar snel. Maggie geeft ook nog een stukje op de dwarsfluit weg dat doet denken aan de grote Ian Anderson(Jethro Tull).
“Diamonds and Glass” is een lang nummer 8:32 dat heel rustig begint zang en akoestische gitaar.
Er zijn ook nog achtergrond vocalen te horen. In de tweede helft gaat het tempo omhoog en volgt er een, een/tweetje tussen gitarist Gerhard Sagemüller en bassist Cläusel Quitschau. Daarna stort Maggie zich helemaal in de song. Het is een live opname en het publiek gaat helemaal uit zijn dak.
De toon is gezet en Maggie gaat er weer helemaal tegenaan met “I can’t stand” . Een nummer waarbij de hele band aan bod komt. Samenzang, bas partijen, mondharmonica en orgel.
“Thank you” is een dankbetuiging aan iedereen die dit horen wil, met mooi mondharmonicaspel van Erik Zeiler.”Ain’t Nobody White” is up tempo compleet met shuffles van beide gitaristen. Ook Erik blaast weer zijn partijtje mee. “Higher” is een soundtrack van de DVD. Hierin zingt Maggie op zeer indringende wijze over een poging een relatie te redden door het schrijven van een liefdesbrief.
Dat we hier te maken hebben met veelzijdige muzikanten wordt nog eens onderstreept in, “Breakfast alone” in bed. Het is funky gedragen door de basgitaar. Prachtige mondharmonica solo’s en dan de alles overheersende stem van Maggie. Alles wat zij met haar stem kan, komt aan bod en dat is heel veel. “Friends” is een nummer dat geopend wordt door gitaar en mondharmonica en doet mij denken aan spaghetti westerns. Het waarschijnlijk bekendste nummer van Janis Joplin, “Me and Bobby McGee “, kon natuurlijk niet ontbreken. Het is ook een soundtrack van de DVD en wordt met hart en ziel gebracht door Maggie. In de afsluiter “Sorry” zingt heel toepasselijk Maggie dat ze er helaas vandoor moet gaan. Dit verzamel album is een heel goede weergave van de niet geringe kwaliteiten van deze band. Maar ze live mee maken en voelen is pas echt geweldig.
“E-mail from heaven”
The Twelve Bar Blues Band.
Dit is de tweede CD van deze formatie met frontmannen Jan Scherpenzeel en Kees Dusink.
Drummer Marcel is nog steeds van de partij. Er zijn ook twee nieuwe bandleden, Patrick Obrist op bas en Jörgen Schuurman op gitaar. Jan opent met de uitspraak: “Hi folks are you ready for the blues” Deze uitspraak wordt in dit album eer aan gedaan. Het eerste nummer World in Trouble is blues zoals het hoort. Het is een klaaglied over de wereld waarin wij moeten leven. Jan verteld een verhaal waarbij hij zijn mondharmonica ook laat huilen. In Twelve bar blues, laat Kees zijn specialiteit horen, de slide gitaar. Dat hij ook met de gewone elektrische gitaar overweg kan bewijst hij daarna in You gonna need my help someday. Hij komt erin met een stevige gitaarsolo, gaat over in subtiel en wordt dan weer bijna bombastisch. Dit houdt hij het hele nummer vol. Jan zingt het verhaal op gevoelige toon. De titelsong E-mail from haven, heeft een lekkere grove. Jan verteld daarin waar de band zijn inspiratie vandaan haalt. I’m gonna get you is een geweldige samenwerking tussen alle muzikanten van de band. Het gaat heen en weer tussen ingetogen en opzwepend. De slowblues Everybody Makes Mistakes is al een ouder nummer van Jan Scherpenzeel met prachtig mondharmonicawerk. Een prima nummer dat in deze bezetting zeer goed tot zijn recht komt. Het zal ook niet per vergissing op dit album gekomen zijn. De John Lee Boogie is wat de titel belooft. Boogie met een hoog swing gehalte. In dit nummer krijgen alle muzikanten weer de kans zichzelf te etaleren. Zelfs het overbekende Help Me, wordt van een eigen klank voorzien. Jan voegt er, een op zichzelf toegeschreven, tekst aan toe. Ook heel apart is de uitvoering van Shake Your Moneymaker. Het begint met een duet van Jan op zang en Kees op de slide gitaar. Daarna valt de band in en kan het Shaken beginnen. I can Make Everything All Right is een toepasselijke afsluiter. Dit album is dik voor elkaar.
Ed Henkens.
BIG BLIND
"DRESSED TO WIN"
De muziek en de teksten van alle 12 nummers op dit album zijn door de band zelf geschreven. Toch is duidelijk hoorbaar door wie ze zijn beïnvloed. Het openingsnummer Ease My Mind doet gelijk denken aan Lester Butler. Mr.Right klinkt als The Hoax, die hun inspiratiebron ook uit dezelfde hoek haalden als het openingsnummer. Gitarist JJ shuffeld lekker op zijn gitaar en Wesley blaast een goed partijtje mondharmonica. Ook geeft JJ nog een knallende solo weg. Natural High gaat erover dat je ook zonder drugs high kunt worden, bijvoorbeeld op de geweldige solo van JJ. In Strike Me Blind galmt de gitaar van JJ en door de ritmische ondersteuning van drummer Niels, krijgt het iets aparts. Ook Wesley blaast weer lekker mee. Met In My Own Hands, gaan we weer even richting Lester Butler. Wesley zingt het ook lekker Dirty. Dat ze ook met rustige nummers overweg kunnen bewijzen ze met Now I Cry. JJ speelt lowdown en Wesley zingt door de mondharmonica microfoon. De mondharmonica doet hierbij denken aan Toots Tielemans en JJ geeft een heel subtiele solo weg. Dressed To Win begint met casino geluiden en dan knalt de gitaar van JJ erin. Dit is vette blues!
Big Ball’s is een snelle en technische instrumentaal. Leave This Place is meer lowdown en kennelijk hebben ze niet zo veel zin om weg te gaan. Omdat Wesley met een galm door zijn
mondharmonica microfoon zingt, klinkt Voodoo Queen precies zo als het moet. Dit wordt goed ondersteund door de dreunende bas van Dirk. Out of tune gitaar en snerpende mondharmonica in Lil’ Blue Thang. Voor wat de titel betreft een mooie afsluiter
I’m outta here. Voor de mensen die geen genoeg kunnen krijgen van Big Blind, koop dit album. Houd het wel goed vast want het is hartstikke vet.
Ed Henkens
Bradley’s Circus
"Live in Holland"
Deze band omschrijft de muziek als Contemporary(eigentijdse) Roots Music. De titel van de CD zegt eigenlijk al genoeg, de nummers zijn live opgenomen, tijdens optredens op verschillende locaties. "Record Machine", begint met een zacht tromgeroffel, gevolgd door een repeterend ritme op de gitaar. Vervolgens begint de mondharmonica van Lidewij op een klagelijke manier te janken. Daarna verteld Mattanja vocaal het verhaal over een platenspeler In "J&L Boogie" neemt gitarist Jimmy the Lounge(J&L), zelf de vocalen voor zijn rekening. Dat ze ook met trage zwoele songs overweg kunnen, wordt bewezen met, "Down on my knees". Het wordt ook op de juiste, slepende manier gezongen door Mattanja. Daarna kunnen de spieren weer losgemaakt worden met "Shake it". De vocalen van Mattanja en de mondharmonica van Lidewij, voeren de boventoon in "It hurts so bad". "Evil", wordt uitgevoerd door het trio, Mattanja, Lidewij en Jimmy. Lekker swingen, met de hele band, kan met "It’s been a long time". Hierbij komt ook de contrabas van Toine goed uit de verf. Je kunt maar beter geen verhouding hebben met Mattanja. "Murder my baby" gaat erover dat ze haar liefje gaat vermoorden. Niet alleen een krachtige tekst maar ook muzikaal erg sterk. De "Voodoo Blues" krijgt door het ritme, samenzang en de galmende mondharmonica echt iets mysterieus. Dat niet alleen Mattanja een krachtige stem heeft, bewijst Jimmy met zijn vocalen in "Can’t quit you". Hij blijft daarbij, zo te horen, op afstand van de microfoon. "Miss Cellie’s blues" is een goed stukje samenspel tussen Mattanja en Lidewij.
Waar andere bands er voor kiezen om eerst een aantal studio albums uit te brengen, deed Bradley’s Circus het dus andersom. Gelijk een live album waaraan weinig bijgeschaafd kon worden. Het is dan ook een natuurgetrouwe weergave, van hun uitstekende capaciteiten als live band, geworden.
DICKY GREENWOOD
"No.5"
No.5 is een registratie van live optredens op verschillende locacties. Het is een prima weergave van wat deze band in zijn mars heeft.
De muzikale kwaliteiten van dit viertal komen helemaal tot zijn recht.
Op de hoes staat American Roots Music en dat is dus meer dan blues muziek. Deze band is een muzikaal geheel, waaraan geen egotripperij aan te pas komt. Toch krijgt iedereen op zijn tijd wel de gelegenheid om te soleren.
Een geweldige aanwinst voor de band is het hammondorgel, met achter de toetsen Arjan v.d. Oever. Dicky Greenwood laat horen dat hij met veel stijlen overweg kan.
Ook de ritme sectie mag er zijn. Bassist, Harm van Sleen opent het funky nummer "On your own" en komt, in hetzelfde nummer, nog een keer terug met een solo.
Ook drummer Ron Flink roffelt er solo een paar lekker op los.
Vocaal is het ook Dick voor elkaar. Dicky heeft een soulvolle stem die af en toe aangevuld wordt met achtergrond zang van bassist Harm.
Vooral in het R&B nummer "True love is special" komt dat goed naar voren.
Voor wat betreft de overige American Roots Music, hoor je de volgende stijlen, Soul, Country, Jump en Sing a Song. Dicky is duidelijk geïnspireerd door Creedence Clearwater Revival.
Een van de covers "Green River" is van John Fogerty. "Let your hair down" en "Blues on the River" hebben ook een herkenbare CCR tune.
Een prima album met soul en passion door vier klasse muzikanten.
Ed Henkens.
THE CADILLAC KINGS
"HIGHWAY 17"
Jump en swing waren erg populair in de 50er jaren, omdat er lekker op gedanst kon worden.
De Cadillac Kings houden deze stijl in ere. Ze maken hiervoor echter geen gebruik van covers. Van de 14 tracks zijn er 12 van eigenhand, waarvan de meeste geschreven zijn door de zanger Mike Thomas. Zijn stemgeluid is mede bepalend voor de sounds van de band en de teksten soms humoristisch. Het mondharmonicawerk van Gary Potts is voortreffelijk. Oliver Darling weet met zijn gitaar voor elk nummer de toepasselijke tune te vinden. Prominent aanwezig is de piano van Mike Adcock. Zoals hoort bij deze stijl, bespeelt Orlando Shearer een contrabas. Uiteindelijk wordt het geheel dichtgetimmerd door drummer Roy Webber. De tracks op dit album zijn een goede combinatie van swing en jump blues. Mike Adcock speelt accordeon op twee nummers: "Money Talks" en "Lovinest Girl". Misschien wat ongebruikelijk, vooral Lovinest Girl is pure Zydeco, maar het swingt wel. Als geheel klinkt het allemaal zoals het hoort. Maar er zijn ook mooie een tweetjes tussen, piano en bas "She`s Gonna Ruin Me"of piano en mondharmonica "Hard top boogie". Sommige bluesliefhebbers houden niet zo van deze stijl en vinden het soms een beetje saai. Maar deze jongens zijn er in geslaagd, door de mix van verschillende stijlen en instrumenten, het boeiend te houden.
Ed Henkens.
HOWLIN’ BILL
"STRIKE"
Op het tweede album van deze band zijn 12 van de 13 nummers van eigen hand. In het openingsnummer, My Own World, wordt lekker geshuffeld met een resonerende gitaar.
Ook de vocalen van Bill zijn erg sterk. Het volgende nummer Remember That Day, begint met de mondharmonica. Dan gaat Bill als een echte bluesshouter een verhaal vertellen.
Pick Up Lines is Rockabilly in het juiste tempo, waarbij je hun als het ware in galop voorbij ziet komen. De gitaar van Chris galmt hierbij, Bill blaast een mooie solo en ook de andere bandleden zingen mee. Need A Ride is een smeekbede van iemand die weg wil uit de kroeg. Weer heel sterke zang van Bill en een lange solo van Chris. In Strongest Man Alive, zit buiten de resonerende gitaar van Chris een, een tweetje met Bill op zang en Walkin’Winne op de bass. Bij Pink Cadillac kun je als het ware een blondine zien cruisen in zo’n rose slagschip. Mister X klinkt heel mystiek en je hoort zelfs een vrouwenstem op de achtergrond.
Het volgende dendert als het ware via de luidspeakers je huiskamer binnen. Circus Is Coming To Town. De acrobatische toeren komen hierbij van Little Chris en zijn gitaar.
Now You Run is een shuffle in New Orleans stijl, compleet met slide gitaar. Swing komt ook voorbij met You Got It. Daarin zitten weer mooie solo’s van Chris en Bill. Over stijlen en ritmes gesproken, This Time No Lies, klinkt heel erg Zuid-Amerikaans. Daarbij doen bassist
Walkin Winne en drummer Magic Frank een heel belangrijke duit in het zakje. Op Hell Freezes Over zingt Bill eerst solo en vervolgens gaan de andere bandleden hem vocaal ondersteunen. Ook geeft Bill nog een lange mondharmonicasolo weg. De titel Surfin zegt eigenlijk al genoeg, dit is Surf Rock. Het is instrumentaal met sterk gitaarwerk van Chris.
Een prima album waarbij alles waar deze mannen goed in zijn aan bod komt.
Ed Henkens
“KHARMA BABY”
Superfloor
De band omschrijft hun muziek als “Hard Rockin’ Blues.” Het eerste nummer hakt er dan ook gelijk in. No good for me wordt je krachtig ingewreven door zangeres Floor. Daarbij even krachtig ondersteund door gitarist Frank, bassist Rob en drummer Thomas. Op dit album zijn verder nog twee gastmuzikanten te horen Mike Roelofs op keyboards en zanger Rob Lamothe. De titelsong Kharma baby begint toepasselijk met een Indiaas snaar instrument. Floor zingt dat Kharma iets is dat om je heen hangt en je speciaal maakt. Het nummer klinkt ook heel apart en de mystiek straalt er vanaf. Get out of here opent met dreunend gitaarwerk. Floor spreidt haar vocale kwaliteiten ten toon. Even een tikje gas terug met You’re so cold. Hierin zingt Floor een duet met Rob Lamothe en komt de toetsenist erbij. Been Down gaat muzikaal de hard/rock kant op, maar Floor blijft verstaanbaar zingen. Led Me begint bombastisch, dan wordt er gas teruggenomen en kan Floor haar verhaal vertellen. Hierin zitten ook heel goede solo’s van gitaar en hammond. Voor degene waarbij het nog niet gebeurd was, wordt het vuurtje aangewakkerd in Soul on Fire. Dit nummer wordt echt met hart en ziel gebracht. You talk too much heeft een funky klank. Lose my cool opent stevig en dat blijft het ook. Floor vindt weer de juiste toon om haar verhaal te vertellen. I wanna rock with you is in tegenstelling tot wat je zou verwachten vrij rustig. Maar je kunt ook rocken in een schommelstoel. Weer een heel goede gitaarsolo van Frank ondersteund door een grovende Thomas en Rob. En voor diegene die het gemist hebben een echte blues aan het eind Miss You. Een stevig rock georiënteerd album waarbij, mede door het stemgeluid van Floor, toch een eigen sound gecreëerd is. Zonder meer een album dat staat als een huis.
Ed Henkens.
The Twelve Bar Blues Band
“THE BLUES HAS GOT ME”
De naam van de band zegt al genoeg over, waarop de muziek gebaseerd is. Het openingsnummer en titelsong “The Blues has got me”, maakt gelijk een heleboel duidelijk. Deze muzikanten hebben de blues in zich en weten hoe ze die uit moeten dragen. Gitarist Kees Dusink zet een mooie slepende solo in en zanger Jan Scherpenzeel, zingt het verhaal. De ritme sectie vult het geheel op gepaste wijze aan. “Cold Hearted Woman” is meer up tempo. Koen van de Krogt, zorgt voor een vast gitaarritme en Kees vult dit aan met solo’s. “Standing on melting ice” opent met een samenspel tussen drummer Marcel Bakker en bassist Yvonne Helms. Daarna komt heel subtiel de gitaar erbij. Gedragen door de muziek, vertelt Jan vervolgens een droevig verhaal. Hoezo blues!
“Love is pain” begint met een duet van solo en ritme gitaar. Dan vult Jan de vocalen in en later de mondharmonica. Het nummer blijft gedragen worden door een vast ritme. Een specialiteit van Kees is de Slide gitaar. Dit laat hij horen in “Graveyard Blues”. Eerst helemaal solo en dan ondersteund door de base drum van Marcel. Natuurlijk is het weer Jan met zijn krachtige stemgeluid die het bijbehorende verhaal brengt. Kees neemt de sologitaar weer ter hand in “Tell Nobody the Trouble I’m In”. De gitaarsolo’s in dit nummer zijn net zo zuiver als bronwater. “I can’t get enough of that girl” is lekkere stevige Rhythm and Blues. Het opent met een stukje slide, dan ritme gitaar en vervolgens valt de hele band in, inclusief Jan op zang en mondharmonica. Jan en Kees zorgen daarbij ook nog eens voor solo’s De enige cover op dit album is het slotnummer “Everyday I have the blues “. De band heeft er wel een eigen arrangement aangegeven, waarin Jan weer prima mondharmonicaspel aflevert. Dit is blues met een grote B en een aanrader voor iedere bluesliefhebber.
Ed Henkens.
Jesus Volt
CD recencie
Jesus Volt is niet bepaald een 14 in een dozijn bluesband en dat blijkt op dit album.
Blues is wel de basis maar er worden ook allerlei andere soorten muziek gebracht. Aan de vaste bezetting van 4 man zijn voor dit album nog een paar extra muzikanten toegevoegd. Dit zijn keyboards, trompet en percussie. Heel apart is dat er zelfs een DJ meedoet die zorgt voor scratches, tricks en vocals. Heel toepasselijk bij deze muziek is het donkere en mystieke stemgeluid van zanger/mondharmonicaspeler Lord Tracy. Gitarist, MisterTao, schakelt soms in een nummer moeiteloos tussen verschillende stijlen en tempo’s. Nu even over de diverse soorten. Boogie: “Voodoo in a motel room”. Akoestische en elektrische power gitaar: “I won’t get down”. Oerwoud geluiden van de DJ: “Jungle blues”. Mystiek en slepend: “Up in flames”. Punk: “Only the devil” . Funk: “Devil in a red tuxedo” inclusief schratcen van de DJ. Space music: “Little green men”. Afrikaanse roots muziek: “Jesus gonna be here”
Ruige Down Under blues: “Conservative Jackass Blues”. Praise/gospel: “John the revelator”. Dit is beslist geen album voor bluespuristen maar mij stoort dit totaal niet. Alles is op een unieke en vakbekwame wijze met elkaar vermengd. Als je dit echt tot je door wil laten dringen adviseer ik de volume knop iets hoger te zetten.
Ed Henkens.
“DREAMLAND BLUES”
Erja Lyytinen
![]()
De samenwerking tussen Ian Parker en Erja Lyytinen is verder gegaan dan The Blues Caravan 2006. Ian produceerde het album en schreef ook mee aan de teksten Het album opent met een instrumentaal nummer, Skinny Girl, waarmee ze gelijk haar kwaliteiten als slide gitariste bewijst. Als iemand zich soms afvraagt waarom een vrouw de blues speelt, dan legt ze dat muzikaal uit in Why a woman plays the blues. Hierbij speelt zij sologitaar en laat horen dat ze dat ook kan. Erja wil graag en verhaal vertellen in een song. Dat doet ze in Best for you, een nummer in de Americana/sing a song writer stijl. Hierbij begeleid ze zichzelf weer op de slide gitaar. De enige cover op de CD is, It hurts me too, van Elmore James. Natuurlijk met slide gitaar, niet door Erja, maar Davide Florino die ook in haar vaste band zit. Mississippi Callin’ is een van de nummers geschreven door Ian Parker. De lead vocals en solo gitaar zijn van Erja, de backing door Ian. Het is een echt Ian Parker nummer met een perfecte combinatie van zang en instrumenten. I need love doet mij denken aan een andere slide gitariste Joanna Connor. Good Lovin’Man is weer slide gitaar met het bekende Elmore James riedeltje. De titelsong Dreamland Blues opent met een combinatie van slide en solo gitaar. Hierbij zingt Erja lekker slepend en lowdown. Met Nasty weather verteld Erja weer op muzikale wijze een verhaal. Ze blijkt ook met gospel uit de voeten te kunnen. Join Everyone is in het begin hoofdzakelijk vocaal en daarna laat ze het tot grote hoogte stijgen met haar slide gitaar. Tijd voor een rust puntje met Voyager’s Rest. Een mooi instrumentaal stukje vingerpicking. Lady, opent met iets waaraan puristen een hekel hebben: een soundsampler. Het is een dialoog tussen man en vrouw door Erja en de drummer Kinney Kimbrough. Alles bij elkaar een zeer gevarieerd album waarin Erja’s muzikale en vocale kwaliteiten vet onderstreept worden.
Ed Henkens.
Nico Wayne Toussaint
Southern wind Blowin’
Zoals Nico zelf schrijft in de albumhoes, is dit album een ode aan de muziek die hij in zijn kindertijd hoorde bij hem thuis. Dit was de muziek uit het zuiden van de V.S. Zoals, country, cajun, blues en Southern rock. Het is ook een eerbewijs aan zijn vader Pierrre waarmee hij drie jaar in een band zat genaamd, Vent Du Sud/Southern Wind. Het album werd opgenomen met zijn huidige bandleden. Dit zijn Henri “Rax” Lacour (gitaar), Antoine Perrut(bas, contrabas en alt saxofoon), Vincent Thomas(drums). Ook Neal Black, waarmee Nico in The Blues Conspiracy zit, werkte aan dit album mee. Nico doet natuurlijk zelf de zang, mondharmonica en accordeon. Nico verteld met dit album niet alleen zijn levens verhaal, maar ook over wat hem bezig houdt. Zo gaat het over zaken als oorlog en geweld, Put it down. De overstromingen in New Orleans, Aint’ no need. Slavernij Mali- Mississippi. Het leven als muzikant, Livin’on the highway en I'm moving on. Natuurlijk zijn er nummers over relaties Paris Rain en New man out of me. Verder staat er een mooi Franstalig nummer op Long Bab, bewerkt door zijn vader Pierre. Hierop begeleid Nico zichzelf op accordeon. Dit is een album waarvoor je rustig moet gaan zitten, om de teksten en de muziek goed te beluisteren. Met wat verbeelding, krijg je er dan vanzelf beelden bij. Kennelijk was dit ook de bedoeling en wat ons betreft zijn ze daarin geslaagd.
Als extra kun je, wanneer je over een computer beschikt, een video bekijken en de teksten nalezen. In de video verteld Nico over zichzelf en zijn muziek carrière.
Nel Schets en Ed Henkens.
CUBAN HEELS
“Gutbucket Music”
Het olieblik op de cover zegt eigenlijk al genoeg dit is echte, vette en smerige blues. Hun invloeden zijn nog wel hoorbaar maar toch hebben ze intussen wel een eigen sound ontwikkeld. Zo zijn de shuffles vervangen door grooves, waarvoor gitarist Rico Gerfen verantwoordelijk is. Daarbij geeft hij ook nog regelmatig messcherpe gitaarsolo’s weg. Van de 11 nummers op dit album zijn er 8 van eigen hand, de meeste door zanger Jan Hidding. Hij is ook prominent aanwezig met zijn rauwe stemgeluid en in de 2 nummers van Mississippi Fred Mc Dowell, “Over the Hill en You’re got to move” vertolkt hij de hoofdrol. Dit zijn gospels en als shouter blijkt hij ook zijn mannetje te staan. Ook voor de mondharmonica van Richard Koster is een belangrijke rol weggelegd. Vooral in het nummer So Unfair laat hij zijn instrument lekker janken. Er worden ook leuke dingen gedaan met de afzonderlijk instrumenten. Zo lijkt het of je in You,ve got to move een digerido hoort, maar volgens mij is het Arnoud v/d Berg die zijn bass met een strijkstok bewerkt. Stuwende kracht, drummer Chiel ten Vaarwerk, soleert ook verschillende malen. Kennelijk is er weinig geknipt en geplakt bij het samenstellen van dit album en kun je het piepen van de versterkers gewoon horen. Wat mij betreft zijn ze het etiket, “De Nederlandse Red Devils,” ontstegen. Ze hebben nu duidelijk een eigen stijl die niet onder doet voor anderen. Dit is gewoon, puur, zonder toevoegingen, “Cuban Heels”, niks meer en niks minder.
Ed Henkens.
Danny Bryant’s Red Eye Band.
“DAYS LIKE THIS”
Om te beginnen zijn alle nummers op deze CD van eigen hand. Op zich al een prestatie in deze wereld van covers waar we het tegenwoordig mee moeten doen. Dat zijn invloeden wel naar voren komen doet daar, naar mijn mening, niets aan af. Losing came begint met wat akoestisch getokkel, maar gaat kort daarna over in elektrisch geweld. Toch blijft het geheel vrij rustig met lange uithalen van stem en gitaar. Ondanks zijn jonge leeftijd blijkt Danny over een volwassen en krachtig stemgeluid te beschikken. Earl Shuffle is zo als de naam zegt inderdaad een shuffle en het aftellen wordt gedaan door drumkanon Dave Rayburn. Danny heeft een vriendschappelijke band met een van zijn inspirators Walter Trout. Op de titelsong Days Like This horen we deze gitaargigant aan het werk. Je hoort de bekende loopjes met lange uithalen van Walter en ook de vocalen neemt hij voor zijn rekening. Heart Working Overtime is pure rock en aan de power zou je niet zeggen dat hier een trio aan het werk is. Back to Baltimore is instrumentaal, waarbij de gitaar de plaats van de vocalen waarneemt. Bij Long Time Coming kunnen de voetjes van de vloer. Het is een Zuid-Amerikaans ritme, maar vraag me niet welke dans erbij hoort. Last Man Standing blaast je niet omver maar is een rustige blues en in dit nummer vertoont Danny nogmaals zijn vocale kwaliteiten. Blues All Over Me is een stortvloed van gitaargeweld, waarbij Danny zijn inspirator Walter Trout evenaart. Vervolgens gaan we weer lekker shuffelen met Good Time Woman. Bij het laatste nummer Always With Me, is er als extra een hammond toegevoegd. Dit album is een prima weergave van de kwaliteiten van deze gepassioneerde muzikant.
Ed Henkens.
Rob Orlemans & Half Past Midnight
“Libertyville”
Rob Orlemans is niet iemand die over een nacht ijs gaat en de markt overspoelt met steeds weer nieuwe CD’s. Er is duidelijk veel aandacht besteed aan de afwerking van zijn derde CD. Deze is gedeeltelijk in Nederland en de USA opgenomen. In Nederland werd natuurlijk gebruik gemaakt van Rob’s eigen Rodisc studio. The overdubs en mix werden gedaan in Chicago. Het meeste is eigen werk maar er staan ook enkele covers op. Er doen een paar gastmuzikanten op dit album mee. Zo horen we op Jake’s Mojo, Jacob Dawson, waarbij de gitaristen om de beurt soleren en de vocalen voor hun rekening nemen. In de titelsong Libertyville horen we de zeer jonge gitarist Jeremy Aussems. Natuurlijk staat er high energy blues/rock op deze CD. Zoals Fuzzbox Boogie, When the haze is gone en Heartbreaking Money. De rockuitvoering van Down on Parchman’s Farm is waarschijnlijk de krachtigste die ik ooit gehoord heb. Het is niet allemaal rock wat de klok slaat. Heel apart is het mysterieus klinkende Go Down. Dat Rob niet alleen vliegensvlug over de snaren kan gaan, laat hij horen met slide spel in, 100.00 dollars en Libertyville. Ook de Texas shuffle ontbreekt niet, Blues out of hell. Als bonustrack zijn twee live opnames toegevoegd. Susie Q en de titelsong van zijn eerste album Night Licks. Op Libertyville wordt hij bijgestaan door bassist Piet Tromp en drummer Yuri Yeryomin. Intussen heeft Rob een nieuwe drummer Han Neijenhuis en bij de CD presentatie bleek dit een prima vervanger. Het is altijd moeilijk om op een CD weer te geven waartoe een band live is staat is, maar met dit album is dat prima gelukt.
CD RECENSIE.
RUBEN HOEKE BLUESBAND.
"SUGAR"
Bij het maken van deze CD heeft de band zich kennelijk afgevraagd hoe kunnen wij aan onze reputatie als "Live Band" iets extra’s toevoegen. Ze hebben het gezocht in een aantal gerenommeerde gastmuzikanten. Zo horen we de vocalen van Tineke Schoemaker, Thé Lau, Kaz Lux. Verder nog Jan Akkerman op gitaar en Boris van der Lek op saxofoon. Ook zijn er nog wat minder bekende gastmuzikanten op onder andere piano en hammond. Van de 13 nummers zijn er 9 van eigen hand. Een cover "Drinking in my bed" is van vader Rob Hoeke en J. Schuursma,. De meeste nummers worden door het viertal van de Ruben Hoeke Bluesband zelf gedaan. Het is een zeer gevarieerd album dat gaat van slowblues tot Rock and Roll en die variatie vindt soms in een nummer plaats. Belangrijke rollen zijn weggelegd voor zanger Frank van Pardo met zijn soulvolle geluid en gitarist Ruben. Ook de andere twee band leden bassist Dave Besse en drummer Remco van der Sluis, laten van zich spreken. Wat mij betreft een zeer geslaagd album, waarmee de band zijn live reputatie evenaart. De gastmuzikanten is een leuk extraatje.
Ed Henkens.
CD Recensie
COEN WOLTERS BAND
“BROKEN GLASS”
![]()
Na het optreden in de Spiegelzaal op 3 oktober waren wij zeer benieuwd naar deze nieuwe CD van de Coen Wolters Band. Eigenlijk had het toen al klaar moeten zijn maar het duurde nog even. Dit album doet niets onder voor de live kwaliteiten van deze blues/rock band en ook hier ligt de klemtoon op blues. Het is dan ook beslist geen 13 in een dozijn, gaan als een banaan, album geworden. Dat het wel stevige blues is blijkt al meteen met het openingsnummer Don’t wanna miss a thing. Snerpende gitaarsolo’s ondersteund door een uitstekende ritme sectie bestaande uit Nico Groen op drums en Michel Mulder op bass. Time after time is een shuffle in Texas stijl. Behalve het bekende shuffle ritme horen we Coen ook hier weer soleren op zijn gitaar. King’s cafe is een slow blues waarop we een hammond horen. Deze wordt ook bespeeld door Coen wat hem uitstekend af gaat. In het zelfde nummer horen we Coen tegelijk op gitaar, een technisch foefje met zogenaamde over dubs. We horen in dit nummer ook nog blazers, The Vicious Horns. She takes my breath away heeft een funky ritme iets waarmee deze band ook goed mee uit de voeten kan. Ain’t no way is een lange slow blues die begint met een mooie gitaarsolo. Mail order mystics is de eerste cover, van de drie, op dit album. Nu ken ik de originele uitvoering ook en deze doet er niets voor onder. We hadden nog geen Boogie gehad en die komt met Ride the Katy. Dit is ook een cover van L. Johnston, maar opnieuw gearrangeerd door Coen. Als gitaar georiënteerde band mag een nummer van Jimi Hendrix natuurlijk niet ontbreken. Dit keer geen uitgekauwd nummer, maar Spanish castle magic. Over de doden niets dan goeds maar deze uitvoering vind ook ik prima. Little things you do is een eigen nummer en ik wil er geen label van een bepaalde stijl aan plakken, gewoon stevige Coen Wolters blues. Bij Blues on a rainy day, worden alle instrumenten uit de kast gehaald. We horen Coen weer op gitaar en hammond. Bij deze band voegt de hammond echt iets extra’s toe aan de sound. Ook de vocalen komen in dit nummer goed uit en er wordt zelfs meerstemmig gezongen. Ticket to ride is een shuffle en dit kaartje brengt je naar het rumoerige gedeelte van de blues. Het album sluit af met een rustig instrumentaal nummer Suite 1210. Ondanks dat het tempo lager ligt raad ik jullie aan de volume knop op hetzelfde niveau te laten staan. Er zit namelijk een gitaarsolo in die niet bevorderlijk is voor je trommelvliezen. Ook de anderen bandleden nemen op muzikale wijze afscheid in dit nummer. Laten we maar hopen dat dit voorlopig geen definitief afscheid is en nog veel van deze band kunnen zien en horen.
THE STRIKES
“Bathroom Acoustics”
De titel van de CD herinnert mij gelijk aan de legendarische band The Hoax. Zij namen hun laatste CD op in een boerderij, waarbij voor een nummer de zangpartij werd gedaan terwijl Hugh Coltman op het toilet zat. Nu is de overeenkomst met The Hoax niet zo vreemd want Jimmy Stringbreaker (gitaar), Jody van Ooijen(drums) en Roelof Klijn (bas) zaten voorheen in Blues4Breakfast en Coupe the Grace. Deze jongens hadden duidelijk goed naar The Hoax geluisterd. Ook dankt Jimmy in de hoes Jessy Davey, de gitarist van the Hoax. Het eerder genoemde trio wordt in deze band aangevuld met Pieter van de Pluijm. Deze zanger/mondharmonicaspeler heeft veel op met Lester Butler en maakte ook deel uit van de Tribute band. Deze combinatie blijkt goed te werken, want de CD is erg gevarieerd en doorloopt meerdere stijlen met 8 eigen nummers en 6 covers.
Watch yourself: Pretty baby is een Chigaco blues. Ook She’s Dynamite is een jump uit de Chigaco hoek. Dit nummer heeft de juiste 50er jaren sound doordat Pieter niet allen blaast maar ook zingt door de harmonica microfoon. Crack Smokin’Woman is een eigen nummer van de band geschreven door Pieter en Roelof. Het heeft een lekkere boogie beat in Texas stijl en Jimmy speelt in de SRV stijl. De titel song Bathroom Acoustics, klopt helemaal met mijn intro. Het is in de stijl van de Hoax inclusief de zang en gitaar licks. Mean Old Frisco heeft een zeer authentieke en gemene sound. Gibbons begint met een slepende gitaarsolo en op de tweestemmige zang is een vervormer gezet. Ook bij deze slow blues blijkt gitarist Jimmy zijn mannetje te staan. Big Pete Boogie is voor mij meer een jump, maar er is wel een piano aan toegevoegd. Devil Woman is natuurlijk van Lester Butler en wordt in de juiste Red Devils stijl gespeelt(lowdown and dirty). Dat deze jongens ook naar oude meesters geluisterd hebben bewijzen ze nogmaals met de slow blues TV Mama. Over verschillende stijlen gesproken het eigen nummer All Messed Up is Rock and Roll. Bill vs Eddie is een instrumentale swing waarin Pieter met zijn mondharmonica het voortouw neemt. In dit nummer, dat zeer ritmisch gedragen wordt door de rest van band, komt ook drummer Jody goed uit de hoek. So Gold is een slow blues van eigen hand en hierin verteld Pieter het verhaal met zang en mondharmonica. Na 4 minuten neemt Jimmy deze rol even over met zijn gitaar. Hoewel ik het vorige nummer mysterieuzer vond klinken zou Voodoo Man dat eigenlijk moeten zijn. Dit is een lekkere jump/boogie in New Orleans stijl die door alle bandleden gezamenlijk gecomponeerd werd. In The Strikes vertellen de jongens nog een keer wat hun doel is en laten zich nog even helemaal gaan. Wat mij betreft is het een zeer geslaagd product geworden en ik hoop dat dit kwartet, deze keer wat langer doorgaat.
Ed Henkens.
Little Roger and the Houserockers
Cut it while it´s hot.
Dit is alweer de vierde CD van Little Roger and the Houserockers. Het is een vrij natuurgetrouwe weergave van de kwaliteiten van deze band. Dit komt mede, doordat de opnames gemaakt werden met de hele band in een ruimte. De CD werd geproduceerd door Mark Thijs, wat staat voor kwaliteit. Bij de opener Puck’s Jive, wordt de voornaam van de bassist met een rotvaart het doel in geknald. Helemaal in de stijl van de vijftiger jaren is Reelin’and rockin’. Marion beroerd de toetsen van haar piano op een voortreffelijke wijze en Roger neemt de zang voor zijn rekening. De rest van de band doet de achtergrond zang, zoals het bij deze stijl hoort. Slepend is Don’t go no futher een zogenaamde slow jump. Hierop laat Roger ook zijn mondharmonica lekker scheuren. I got mailed(but you got nailed) is een lekkere shuffle met een moderne titel. Gitarist Tillman en Roger weten ook voor deze stijl de juiste toon te zetten. Don’t stay out all night is een wat rustiger Chigaco blues. Weer terug naar Texas voor een shuffle, I hear you Knockin’.
Vervolgens gaan we weer even jumpen en jiven met Hold your Money, dus handen op je portemonnee. Weer zijn het Roger en Tillman die de ritme trein aanvoeren achtervolgt door Marion, Tom (drums) en Puck (contrabas). Nog een jump is Something is going on in my room. Hierop horen we ook saxofoons, The Disrespectful Horns. Mooi en subtiel gitaarspel van Tillman horen we in Knock me a kiss. Er wordt letterlijk en figuurlijk heen en weer gesprongen tussen verschillende stijlen. Hot tuna muffins is een instrumental in Chicago stijl, waarin gitarist Tillman de boventoon voert. Blues for Otis is ook instrumentaal, dit keer met Marion op piano en het is haar ode aan Otis Spahn. De band haalt nog een keertje alles uit de kast in Nosey Neighbours, waarbij ieder tot zijn muzikale recht komt. Blues en alcohol worden meestel in adem genoemd. In Red Red Wine komen allerlei spiritualiën voorbij. Natuurlijk mag hierin de aan lager wal geraakte gitarist Puck op zijn contrabas een solo geven. Daarna nog een korte laatste stuiptrekking met Puck’s bop. Om maar even bij de titel van de CD te blijven, dit is een lekker stuk uit hun repertoire om mee naar huis te nemen en van te genieten.
Sponsors